Home

Bureau voor advies en onderzoek op het gebied van financiën bij gemeenten, provincies en waterschappen.

Het blijven uitdagende jaren op het gebied van de overheidsfinanciën. De middelen zijn altijd schaars en de verwachtingen van burgers hoog. Ook in een groeiende economie is een goede verdeling van de schaarse middelen essentieel voor het behoud van draagvlak.
De overheveling van taken van het Rijk naar de mede-overheden gaat gepaard met een nieuwe, vaak lastige, verdeling van bestaande geldstromen. Dit vraagt om heldere en breed gedragen verdeelmodellen voor de geldstromen tussen overheden.
De herijking van het gemeentefonds en de middelen voor het sociaal domein is inmiddels gestart. Het traject heeft een ambitieus tijdspad: ingaande 2021 een nieuwe verdeling, dus publicatie in de meicirculaire van 2020. 
Dit betekent een scherp monitoren van alle tussenstappen en de uitkomsten door de gemeenten. Want de ingestelde begeleiding- en stuurgroepen zijn de beste platforms om daadwerkelijk invloed uit te oefenen en bij te sturen. Dit proces zal in open gedachtewisseling met daadwerkelijke mogelijkheden tot wijzigingen van voorstellen plaats moeten vinden om voor de uitkomsten een breed draagvlak krijgen.




Ferry Knaack AdviesVV (Verdeel Verstandig) is specialist in advies en onderzoek op het gebied van:

- de verdeling van middelen tussen het Rijk en mede-overheden, zoals het Gemeentefonds, Provinciefonds en de verdeelmodellen Sociaal Domein

- financiële aspecten van gemeentelijke herindeling en grenscorrecties

- verrekeningen tussen overheden, bij gemeentelijke herindelingen, splitsen van gemeenten, grenscorrecties en gemeentelijke samenwerkingsvormen.




 
  
  

  

  

 

 

 

Financiële Verhoudingen

Ingangsdatum nieuwe verdeelmodel Gemeentefonds definitief  uitgesteld tot 2022.
(26 februari 2020)
De minister van BZK heeft in onderstaande brief vandaag aangekondigd, dat de nieuwe verdeling pas in 2022 in zal gaan. Te veel onduidelijkheid over de oorzaak van de voorliggende verschillen in de uitkomsten maakt nader studie noodzakelijk. Het onderzoek moet in december afgerond zijn.






Herijking gemeentefonds: Waar staan we nu? 

(16 februari 2020)


Na veel publicaties in Binnenlands Bestuur, nieuwsbrieven van Frontin PAUW en extra vergaderingen van de VNG commissies Bestuur en Financiën op donderdag 13 februari, was mijn verwachting de duidelijkheid over het verdere traject komt op 14 februari als Valentijnscadeau naar buiten. Helaas, weinig liefde en genegenheid naar de vele gemeenten, die snakken naar een helder vooruitzicht over hun belangrijkste inkomstenbron.
De VNG komt niet verder dan
de volgende tekst op hun website onder het kopje terugblik op de bestuursvergadering 13 februari 2020:

Herijking Gemeentefonds

 

"Victor Everhardt - voorzitter van de commissie Financiën - geeft terugkoppeling uit de commissie over het agendapunt Herijking gemeentefonds. Het ministerie van Binnenlandse Zaken onderzoekt - met de VNG - hoe een nieuwe verdeling van het gemeentefonds eruit moet zien.  

Enerzijds is er de vraag hoe goed de verdelingstechniek werkt, anderzijds is er de vraag hoe ministerie en gemeenten omgaan met de gevolgen van de herverdeling. Immers: een verandering in de verdeling heeft hoe dan ook gevolgen voor elke gemeente: soms positief, soms negatief.

Het bestuur heeft eerder een beoordelingskader vastgesteld. Het definitieve voorstel wordt langs dat kader gelegd. Over de uitwerking in een verdeling doet de VNG geen uitspraak. Het besluit daarover is aan de minister. Daarnaast wordt nogmaals uitgesproken dat "de (financiële) koek groter moet”.  Elke herverdeling zal daarom gepaard moeten gaan met verruiming van het gemeentefonds." 

Dit is duidelijk de VNG: geen keuzes of stellingnames en denken dat met een wat groter gemeentefonds de leden wel tevreden zullen zijn.
Ook het ministerie van BZK is er nog niet in geslaagd een antwoord te geven op de vragen van Kamerlid van der Molen over de stand van zaken rond de herijking Gemeentefonds. En mei komt steeds dichterbij!

In de wandelgangen is wel wat meer te horen over de stand van zaken.
Uitstel van de eindrapportages tot september bijvoorbeeld. De tussenliggende tijd kan dan gebruikt worden om de lage verklaringsgraden, merkwaardige uitschieters en andere opvallende punten te bespreken, te verklaren en een plaats te geven. 
En ja, de discussie rond het volume van het Gemeentefonds ligt ook weer op tafel. Maar hoe? Voor het Sociaal Domein, voor het klassieke deel of voor beide? En maakt deze vermenging de discussies altijd overzichtelijker?
Openheid en transparantie over onderliggend cijfermateriaal en inzicht in gewichten van maatstaven zou de analyse door gemeenten en daardoor het winnen van vertrouwen erg ten goede komen.
Dit geldt ook voor vragen, die bij mij opkomen bij de hoofdstukken over de inkomstenverevening. Hoe kan het dat de inkomstenmaatstaf OZB capaciteit alleen bij gemeenten met 100.000 tot 250.000 inwoners lager is dan de feitelijke OZB inkomsten? Op welke wijze is het gewogen gemiddelde tarief, dat als rekentarief wordt ingezet, dan berekend? En wat zijn de effecten van de gewijzigde saldering van de OEM? Kortom nog veel vragen, die met het huidige beschikbare materiaal niet te beantwoorden zijn.
Nieuwe ontwikkeling zal ik de komende tijd zo snel mogelijk delen via deze site.




De herijking van het Gemeentefonds .
Dit proces gaat in een hoog tempo door. Cebeon en AEF, zie voor nieuwsbrieven en informatie ook de sites van deze onderzoeksbureaus, zijn bezig met de regressie-analyses die de onderbouwing van de nieuwe verdeling zullen vormen. De nieuwe cluster-indeling en het doorrekenen van andere en aangepaste verdeelmaatstaven zijn een onderdeel van dit traject.
Daarnaast is het doorrekenen van verschillende opties voor een hogere mate van verevening van de OZB en de Overige Eigen Inkomsten (OEM) door het Cebeon een onderdeel, waar ik met veel interesse naar uitkijk. Hierdoor zal het deel van het gemeentefonds dat via de maatstaven verdeeld wordt flink toenemen. Als adviseur van de Vereniging van Drentse Gemeenten ben ik betrokken bij de analyse van de uitkomsten van de lopende processen.



De tegenvallende 
accressen door de onderuitputting op de Rijksbegroting.
De onvoorspelbare mutaties in de Rijksuitgaven werken via het uitgangspunt de trap op, de trap af frustrerend op de voorspelbaarheid en de stabiliteit van de gemeentelijke financiën. Duidelijk wordt dat er een systeem is ontstaan dat voor één van de partijen, de gemeenten, in feite niet hanteerbaar meer is door het hoge beleidsmatige ambitieniveau van het het Rijk, gekoppeld aan een zeer weerbarstige uitvoeringspraktijk waardoor het geld in de kas blijft. 
Afrekenen op begrotingsbasis of een meerjarige norm (bv per regeringsperiode) geven meer zekerheid. Deze zekerheid moet afgewogen worden tegen de kans dat er mogelijk een hoger uitgaven niveau bij het Rijk voor kan komen in een jaar.


De tekorten op de Jeugdzorg.
Verschillende gemeenten en geroepen gemeenten hebben het Rijk gevraagd om € 600 miljoen om de tekorten op de uitvoering van de taken in het kader van de Jeugdzorg op te vangen. Bij de discussie over de tekorten op dit beleidsterrein wil ik pleiten om de koppeling met de opschalingskorting toch nog eens nadrukkelijk naar voren te brengen. De overdracht van taken in het Sociaal Domein is immers ooit gekoppeld aan het grootschalig herindelen van gemeenten naar de magische grens van 100.000 inwoners van oud minister Plasterk. De herindeling gaat nu langs andere lijnen, de korting is gebleven en de tekorten op het Sociaal Domein zijn voor de gemeenten.

Nog kansen voor gemeenten met veel kernen
Het antwoord van minister Ollongren op Kamervragen van de heer H. van der Molen (CDA) biedt nog een opening voor gemeenten met veel kernen. De minister zegt toe "in het komende periodiek onderhoudsrapport aandacht te besteden aan het type gemeenten als Súdwest-Fryslân." Dat betekent in september meer inzicht in de kosten van kernenbeleid in gemeenten met veel kernen. Op basis van mijn onderzoek verwacht ik dat de grote discrepantie tussen kosten van dit beleid en het bedrag per kern dan bevestigd wordt. Dan kan ook verder gesproken worden over een aanpassing van het bedrag per kern op basis van de POR cijfers. Wachten op de herziening van de financiële verhoudingen is in dit kader niet noodzakelijk en zelfs ongewenst.




Grote gemeenten met veel kernen verdienen een financiële impuls

De gemeentelijke herindelingen van de laatste 20 jaar hebben geresulteerd in een toenemend aantal gemeenten met erg veel kernen. In 1998 was Borger-Odoorn met 35 kernen koploper. In 2011 ontstond de gemeente Súdwest-Fryslân met toen 52 kernen. De nu bij de Tweede Kamer in behandeling zijnde 12 herindelingen voor 2019 leiden tot 8 nieuwe gemeenten met meer dan 20 kernen.
Op veel plaatsen is de waarde van de sterke sociale structuur in kleine kernen benadrukt als belangrijk en na de herindeling te behouden element. Voor de (nieuwe) gemeenten met veel kernen vraagt dit om specifiek beleid met een stevige personele inzet. 
Aan de kosten van zo'n robuust kernenbeleid is weinig tot geen aandacht besteed. Ook de vraag of en hoe de kosten van dit beleid een plaats moeten hebben in de op kostenoriëntatie gebaseerde verdeling van het gemeentefonds, is niet eerder gesteld.
Na onderzoek kom ik tot de conclusie dat een financiële impuls voor gemeenten met veel kernen op zijn plaats is.



 

 

 


Publicaties en onderzoeken gemeentefonds en herindeling


Rapport onderzoek Vast Bedrag Gemeentefonds openbaar.

De minister van Binnenlandse Zaken heeft een onderzoek van APe naar het vaste bedrag bij herindeling openbaar gemaakt. Het onderzoek levert geen nieuwe inzichten over de werkelijke betekenis van deze maatstaf bij herindeling. Het grootste probleem blijft het gevoel bij bestuurders, dat het niet klopt, dat bij herindeling van n gemeenten het vaste bedrag met n-1 afneemt. Zoals ik in het onderstaande onderzoek en artikel in Mejudice heb aangetoond, is er uit kostenoogpunt geen reden voor dit standpunt. De minister kondigt verder onderzoek aan, met name over de rol van samenwerkingsverbanden in relatie tot het vaste bedrag. Dit zal de situatie rond de herindeling niet echt raken. Om de huidige benadering, die een erg hoog " houden wat je hebt" karakter heeft - bij het Rijk het systeem verdedigen, bij gemeenten vooral de huidige geldstromen proberen zeker te stellen -  naar een wat toekomst gerichtere aanpak om te buigen, ben ik een onderzoek gestart. Hierin wordt binnen de huidige kaders van het gemeentefonds een lijn ontwikkeld om grotere herindelingen te kunnen ondersteunen/stimuleren. Er wordt hierbij ook een relatie gelegd met de bestuurlijke aspecten die bij grotere herindelingen aan de orde komen.
 

Koudwatervrees voor lagere Algemene Uitkering bij herindeling.

De discussie rond het verlies van het vaste bedrag in de Algemene Uitkering bij herindeling is gebaseerd op koudwatervrees, zo blijkt uit onderzoek door Ferry Knaack AdviesVV. Analyse van 20 herindelingsscans wijst uit dat het totale verlies aan inkomsten gemiddeld 2% is. Hiervan is 90% het gevolg van het n-1 x  verlies van het vaste bedrag. Dit verlies wordt echter meer dan gecompenseerd door lagere bestuurskosten blijkt uit onderzoek bij 38 gemeenten. Een verruiming van de tijdelijke maatstaf herindeling kan een goede stimulans zijn voor intensivering van de herindeling, zoals minister Plasterk voor ogen staat. Het onderzoek dat ik heb uitgevoerd is te vinden via de onderstaande link. 

 

Op basis van dit onderzoek is het volgende artikel verschenen: 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



            Deze website is het laatst bijgewerkt op 26 februari



drs. Ferry Knaack  |  0592  86 70 25  |  06 21 28 61 75


71507 bezoekers (101963 hits) sinds 9-3-2010