VV

Waarom Ferry Knaack Verdeel Verstandig.

Tijdens mijn studie economie in Amsterdam heeft prof. dr. C. Goedhart zijn betrokkenheid op het gebied van de Openbare Financiën en vooral die van de decentrale overheid van op mij overgebracht. Dit heeft met mijn kwantitatieve interesse geleid tot het afstuderen op “Het voorspellen van gemeentelijke kapitaaluitgaven”. In mijn hele loopbaan ben ik daarna betrokken geweest bij de verdeling van het Gemeentefonds en de Algemene Uitkering.

De verdeling van geldstromen tussen het Rijk en de medeoverheden heeft een grote impact op de financiële positie van die medeoverheden. Er wordt bij het Rijk wel eens wat makkelijk gedacht over de effecten van wijzigingen in de verdeling en zeker over herverdelingseffecten bij wijzigingen in de wetgeving. Een typisch voorbeeld hiervan was het voornemen de specifieke uitkering Sociaal Vervoer AWBZ op te heffen en op te laten gaan in de Algemene Uitkering in 2001.

Een tweede onderwerp waar de verdeelproblematiek sterk de aandacht trekt, is het objectieve verdeelmodel Wmo. Bij de invoering hiervan bleken er grote herverdelingseffecten te ontstaan bij individuele gemeenten, die niet goed onderbouwd kunnen worden. Op dit gebied heb ik onderzoek gedaan voor een aantal nadeelgemeenten en een artikel voor het blad B&G van de Bank Nederlandse Gemeenten geschreven. Dit onderzoek en het onderzoek door bureau APE hebben mede geleid tot een advies van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) om het verdeelmodel Wmo aan te passen.

Verdeelmodellen zullen altijd een benadering van de werkelijkheid blijven, maar de toepassing moet wel een aanvaardbare uitkomst hebben. Daarnaast moet een model transparant en overzichtelijk zijnl. Veel maatstaven en factoren, die maar een heel klein deel van de middelen verdelen, dragen hier niet toe bij. Een breed maatschappelijk draagvlak voor de gebruikte verdeelmodellen is, zeker door de toenemende overdracht van taken en de bijbehorende financiering van het Rijk naar de decentrale overheden, noodzakelijk.

Ook bij het verdelen en toerekenen van kosten binnen de (gemeentelijke) organisatie is het nodig de balans tussen nauwkeurigheid en werkbaarheid scherp in het oog te houden. In overheidsorganisaties wordt vaak op een zeer gedetailleerd niveau geadministreerd. Het gebruik van de 80-20 regel als richtsnoer bij het oplossen van verdelingsvraagstukken geeft vaak een uitkomst die tot heel bruikbare resultaten leidt. Verdere verfijningen kunnen in specifieke situatie noodzakelijk zijn, maar de wet van de toenemende marginale meerkosten mag niet uit het oog verloren worden bij het beoordelen van nut en noodzaak van vergaande verfijningen. De uitspraak van de Amerikaanse econoom John Maurice Clarke “different cost for different purposes” is ook hier van toepassing.

Vanuit bovenstaande achtergronden wil ik, na 22 jaar werken als ambtenaar en ruim 11 jaar als BMC adviseur, mijn kennis en ervaring via Ferry Knaack AdviesVV inzetten om overheidsorganisaties te ondersteunen bij een transparanter en efficiënter functioneren.

Mijn doel:

Het maatschappelijk rendement van het overheidshandelen vergroten.


drs. Ferry Knaack  |  0592  86 70 25  |  06 21 28 61 75


64094 bezoekers (86608 hits) sinds 9-3-2010