Verdeelmodellen

De verdeling van de beschikbare financiële middelen is een kerntaak in de relaties tussen het Rijk en de mede-overheden. Ook tussen en binnen de verschillende overheden bestaan talloze vormen van verdeling van gelden. De verdeling van budgetten op basis van politieke uitgangspunten bij de overheid is in financiële zin het meest kenmerkende verschil  met de private sector waar inkomens- en vermogensvorming de primaire doelen van de organisatie zijn.

De klassieke verdeelmodellen zijn die van de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds en het Provinciefonds. Hiermee wordt in 2010 ruim € 17 miljard, excl. € 1,5 miljard Wmo, verdeeld tussen Rijk en de mede overheden. Voor de Wmo kennen we sinds 2007 het objectieve verdeelmodel Wmo, dat op basis van dezelfde uitgangspunten als de beide andere modellen is gebaseerd. Het verdeelmodel voor de WWB ( Wet Werk en Bijstand ) is een ander voorbeeld van de toenemende Rijksgeldstromen, die via modelmatige verdelingen gedecentraliseerd worden.

Bij de bouw van modellen is het niet mogelijk alle bijzonderheden, die de werkelijkheid kent een plaats te geven. De mate van rechtvaardigheid van het model voor alle betrokkenen moet afgewogen worden tegen de uitvoerings- en beheerskosten, waarbij de werking van de wet van de toenemende marginale meerkosten niet uit het oog mag worden verloren. De laaste kleine verbeteringen kosten erg veel moeite en geld. Ook de mate van transparantie voor burgers en bestuurders moet worden afgewogen tegen de
werkelijke verbeteringen door steeds gecompliceerdere verdeelsleutels.    

Een goed verdeelmodel kenmerkt zich door:

- een goede aansluiting bij de bepalende factoren van de te verdelen geldstroom
- een heldere verifieerbare opbouw
- een overzichtelijk aantal objectieve variabelen
- tijdige informatie aan betrokkenen
- maatschappelijk geaccepteerde uitkomsten

 

 



drs. Ferry Knaack  |  0592  86 70 25  |  06 21 28 61 75


68398 bezoekers (94491 hits) sinds 9-3-2010